acanthus
mannelijk (de)/a'kɑntʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort Zuid-Europese doornachtige plant met sierlijk krullende bladeren, uit de familie , waarvan de vorm vaak als motief wordt gebruikt
- bladversiering van Korinthische zuil lijkend op het blad van de plant
Etymologie
* uit het Latijn
Vertalingen
Engelsacanthus
Fransacanthe à feuilles molles
Spaansacanto, ala de ángel, carnerona
Italiaansacanto
Japansアカンサス
Poolsakant miękki
Zweedsmjukakantus
Deensblød Akantus
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek