Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
acathisie
vrouwelijk (de)/ˌakatiˈzi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) rusteloosheid en onvermogen om wat langer stil te zitten of te liggen (bijvoorbeeld als neveneffect van medicijnen tegen psychoses)Er was, volgens de Volkskrant, geen psychose, maar ‘acathisie’, fysieke onrust die gepaard gaat met zware angst en agressie.
Etymologie
*; van modern Latijn "acathisia" gevormd uit "ἀ" (á-) "niet, zonder" "κάθισις" (káthisis) "zitten"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek