accentueren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de nadruk leggen op
  2. ov (ov) nadruk verdelen over
  3. ov (ov) klemtoon aangeven
  4. ov (ov) sterk doen uitkomen
    Hij wreef stevig in zijn handen om zijn genialiteit als organisator te accentueren.

Etymologie

*afgeleid van het Franse accentuer () [https://fr.wiktionary.org/wiki/accentuer Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsaccent, accentuate, stress
Fransaccentuer
Spaansacentuar