acclamatie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. goedkeuring door applaus
    Asscher was 31 en de veelbelovende PvdA-fractieleider in de Amsterdamse gemeenteraad. Iedereen ging ervan uit dat hij bij acclamatie gekozen zou worden tot lijsttrekker. Tot een kwartier voor de deadline, toen zich plots Miep van Diggelen meldde, oud-voorzitter van stadsdeel Geuzenveld en directeur van het Amsterdams Centrum Buitenlanders. „Ik vond dat de Amsterdamse PvdA te veel geloofde in één kandidaat”, vertelt Van Diggelen elf jaar later in haar appartement in Amsterdam Nieuw West, terwijl ze een shaggie draait. Grinnikend: ,,Het bestuur was niet verheugd over mijn kandidatuur.” NRC Thijs Niemantsverdriet 18 oktober 2016
  2. in de liturgie: korte bevestiging
    Amen zeggen is een veel voorkomende liturgische acclamatie.

Etymologie

* van acclameren

Uitdrukkingen

  • bij acclamatie aanemenzonder hoofdelijke stemming aannemen omdat er een algemene instemming is

Vertalingen

Engelsacclamation, approval
Spaansaclamación