accommodatievermogen
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vermogen om op een kleine afstand nog scherp te kunnen zienDe presbyopie, het verlies van accomodatievermogen door stugger worden van de lens, die alle oudere personen zonder uitzondering treft, mag men als fysiologisch verschijnsel niet tot de kwalen rekenen.”NRC H.P. Rab 7 december 1996 [https://www.nrc.nl/nieuws/1996/12/07/bolling-7334791-a1113181 BOLLING]
- aanpassingsvermogen in het algemeen
Vertalingen
Engelspower of accommodation, adaptability
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek