Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

acconsonantie

vrouwelijk (de)/ˌɑkɔnsoˈnɑn(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dichtkunst, fonologie (dichtkunst), (fonologie) rijm van woorden door gelijkluidendheid van medeklinkers
    voorbeeld:Gij zult wel nimmermeer ontwaken,want gij bleef roerloos toen de trapzo kraakte bij de stille stapdes mans, die kwam om toe te maken.
    In het beginsel hebben klinkers meer présence dan medeklinkers (hoewel je met een royaal gebruik van schr, str, m en nog andere geluiden nog aardig wat emoties kunt doen opflakkeren), en we zien dan ook assonantie veel vaker optreden dan acconsonantie - of het nu voortkomt uit poëtisme, slordigheid of onkunde.

Etymologie

*afgeleid van het Franse acconsonance ()

Vertalingen

Fransacconsonance
Spaansacconsonancia