achterbank

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑxtərˌbɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de bank in het achterste deel van een voertuig
    Ik heb het even op de achterbank gelegd.
    Ze gierde van het lachen terwijl ik naast een hond op de achterbank kroop.
    Mag ik een blik op de motor werpen? Ik zei geen ja en geen nee, zelf kon ik alleen de achterbank op en afklimmen en wist niet eens wat je moest doen om een blik op de motor te werpen.

Vertalingen

Engelsbackseat, back seat
Spaansasiento trasero, asiento posterior
Deensbagsæde