achtertuin

mannelijk (de)/'ɑxtərtœyn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een tuin aan de achterzijde van een huis
    Ze zaten gezellig in hun achtertuintje.
    Ze vertelde me uitgebreid dat ze zo van het hiker season hield, wanneer er talloze mensen (‘…met die heerlijke zweetgeur’) in haar achtertuin verbleven.

Vertalingen

Engelsback garden
Spaansjardín trasero
Zweedsbakträdgård