achtervolger

mannelijk (de)/ˌɑxtərˈvɔlɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die achter iemand anders aan gaat
    De dief wist zijn achtervolgers voor te blijven.
    De achteropkomende achtervolgers deinsden geschrokken terug toen hij met de beitel begon te zwaaien.

Etymologie

* van achtervolgen

Vertalingen

Spaansperseguidor