acrobaat

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) artiest die allerlei moeilijke gymnastische toeren uithaalt (vaak werkend in een circus)
    Had zijn ontslag bij het circus van de frivole acrobaat een zelfingenomen laffe dikzak van hem gemaakt? Had hij zijn levenslust in een permanente sluimer gesust door zich te committeren aan een norm die hij stiekem evenveel verachtte als zijn overgebleven vrienden heimelijk deden?

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelsacrobat
Fransacrobate
DuitsAkrobat
Spaansacróbata
Italiaansacrobata
Portugeesacrobata
Russischакробат, акробатка
Zweedsakrobat