adapter
mannelijk (de)/a'dɑptər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) een apparaat om elektrische wisselspanning om te vormen naar gelijkspanning van een meestal lager voltage
- (elektrotechniek) een universele plug die op verschillende types stopcontact past
- (techniek) aanpassing tussen twee afwijkende aansluitingen
Etymologie
* afgeleid van het Engelse to adapt
Vertalingen
Engelsadapter
Fransadaptateur
DuitsAdapter
Spaansadaptador
Zweedsadapter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek