Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
adar
/aˈdɑr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- twaalfde maand van het joodse jaar, in februari-maart (9×: Est. 3:7 +, Ezra 6:15); zesde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws
Vertalingen
EngelsAdar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek