adder

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reptielen (reptielen) een bepaalde soort giftige slangen uit de familie van adders,
    De adder is zeldzaam in Nederland.
    Als ze ons in deze staat zouden zien, dan schaamden ze zich vast en zeker dood. ’Jeroen reageerde als door een adder gebeten.
  2. scheldwoord, figuurlijk (scheldwoord), (figuurlijk) een gevaarlijk en onbetrouwbaar persoon
    Pas op voor die adder!

Etymologie

* uit het Middelnederlands

Uitdrukkingen

  • een addertje onder het gras
  • een adder aan zijn borst koesteren

Vertalingen

Engelsviper, adder, viper
Fransvipère, vipère
DuitsViper
Spaansvíbora, víbora
Italiaansvipera, vipera
Portugeesvibora
Russischгадюка, гадина
Zweedshuggorm, orm