adjudant

mannelijk (de)/ɑtjyˈdɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair, beroep (militair) (beroep) onderofficiersrang boven die van sergeant [1] en sergeant-majoor
    Hij moest bij de adjudant komen.
  2. persoon (persoon) persoonlijke helper van een hooggeplaatst persoon
    Gelukkig kon hij altijd op zijn adjudant rekenen.

Etymologie

* van """, letterlijk "helper" (van een militair functionaris)". Verder te herleiden tot "ayudante" "helpend", wat weer teruggaat op Latijn "adiutare" "helpen, bijstand"; in de betekenis van ‘officier van de staf’ voor het eerst aangetroffen in 1706

Vertalingen

Engelsadjutant, aide-de-camp
Spaansayudante