administratie
vrouwelijk (de)/ˌɑtminɪsˈtra(t)si/
Wat is de betekenis van administratie?
administratie betekent: (bedrijfskunde) de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bedrijfskunde) de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn
- (bedrijfskunde) beherend orgaan van een instantie inclusief de administratieve stukken en de personen die hiervoor gaan
- (politiek) beheer of bestuur door een overheid
- (politiek) regering (van de Verenigde Staten)
Voorbeelden van "administratie" in een zin
- Zijn inschrijving kon niet worden teruggevonden in de administratie.
- Dat zag Struycken honderd jaar geleden al in: Voor hem, die aan de rechtsstaatsgedachte een breederen inhoud geeft, - als alle eischen omvattend voor eene wettige en behoorlijke administratie te stellen, - voor hem vooral is het vraagstuk, die eischen in de rechtsvoorschriften te verwezenlijken van gelijke aard en gelijke beteekenis als het zoeken naar gerechtigheid in de administratieve besluiten.
- Tarieven zijn op te vragen bij de administratie.
- Wat automatisch inhield dat hier bepaalde documenten lagen. Bij de administratie of ergens in een archief, dat was haar om het even.
- Er kan niet redelijk aan getwijfeld worden, dat de locale administratie en rechtspraak in de Nederlanden steeds in de volkstaal afgehandeld werd. Daarvan is echter tot in de 11de en zelfs 12de eeuw zelden iets neergeschreven, en dan steeds in het Latijn.
Etymologie
*[4] Leenvertaling van Engels "administration".
Vertalingen
Engelsrecords, accounts, administration
Fransdocuments, administration
DuitsVerwaltung
Spaansadministración, administración
Italiaansamministrazione
Poolsadministracja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek