adviseur

mannelijk (de)/ˌɑtfiˈzør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) deskundige die adviseert, een mentor, raadgever, raadsman, raadsvrouw
    Het verhaal is losjes gebaseerd op een slecht gedocumenteerd historisch mengsel van feit en achterklap: de driehoeksverhouding tussen de Britse koningin Anne, haar jeugdvriendin, belangrijkste adviseur en misschien wel geliefde Sarah Churchill (Rachel Weisz) en het ambitieuze kamermeisje Abigail Masham. de Volkskrant Floortje Smit 2 januari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/the-favourite-is-verschrikkelijk-grappig-en-oneindig-tragisch-vijf-sterren-~ba553632/ The Favourite is verschrikkelijk grappig en oneindig tragisch (vijf sterren)]

Etymologie

* pseudo-Frans van adviseren

Vertalingen

Engelsadviser, counsellor
Fransconseiller
DuitsBerater
Spaansconsejero, asesor
Italiaansconsigliere
Poolsdoradca