af

ɑf

Wat is de betekenis van af?

af betekent: klaar, gereed

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. klaar, gereed
  2. helemaal uitgeput
bijwoord
  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: niet langer op of aan iets
  2. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord niet langer op of aan iets
  3. scheidbaar deel van vanaf
  4. iets ~ zijn niet langer iets zijn

Voorbeelden van "af" in een zin

  • Het werk is nog lang niet af.
  • Na drie uur klimmen was ik helemaal af.
  • afwassen: hij waste de kopjes af
  • De stank is er nog steeds niet af.
  • Hij is van de weg af.

Etymologie

In de betekenis van ‘bijwoord van plaats’ voor het eerst aangetroffen in 701

Vertalingen

Engelsfinished, through, ready