af
ɑf
Wat is de betekenis van af?
af betekent: klaar, gereed
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- klaar, gereed
- helemaal uitgeput
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: niet langer op of aan iets
- prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord niet langer op of aan iets
- scheidbaar deel van vanaf
- iets ~ zijn niet langer iets zijn
Voorbeelden van "af" in een zin
- Het werk is nog lang niet af.
- Na drie uur klimmen was ik helemaal af.
- afwassen: hij waste de kopjes af
- De stank is er nog steeds niet af.
- Hij is van de weg af.
Etymologie
In de betekenis van ‘bijwoord van plaats’ voor het eerst aangetroffen in 701
Vertalingen
Engelsfinished, through, ready
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek