afdekzeil
onzijdig (het)/'ɑvdɛksɛɪl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- doek waarmee men lading kan beschermen tegen weer en wind, vaak met metalen ogen aan de rand om het vast te kunnen sjorrenBij de woning aan de Wikkeweg stond onder een afdekzeil een grote stapel dozen met vuurwerk. In een schuur trof de politie nog eens vijfhonderd kilo knallers aan. Het vuurwerk is in beslag genomen.de Telegraaf 31 dec. 2014Het grootste deel van de diefstallen wordt gepleegd door 'zeilsnijders': criminelen die het afdekzeil kapotsnijden waardoor ze de lading kunnen zien en wegroven als die waardevol is. Het gemiddelde schadebedrag bij een ladingdiefstal is 100.000 euro. Daar komt dan de bedrijfs- en vervolgschade voor transportbedrijven nog bij.de Telegraaf 02 mei 2014
- doek waarmee men een open boot kan afdekkenBij de nieuwbouw van een sloep of tender vormen de buiskap en het afdekzeil vaak een sluitpost. En met dekzeil bedoelen we het zeil dat u elke keer na het varen over de boot spant.de Telegraaf 31 dec. 2014
Vertalingen
Engelsprotection cover
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek