woorden
boek
Start
›
A
›
afdoening
afdoening
vrouwelijk (de)
/'ɑvdunɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iets afmaken, iets volbrengen
een schuld afbetalen
Etymologie
* van afdoen
Synoniemen
aflossing
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← afdoener
afdoeningen →