afdragen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) door dragen afslijtenDie kleren waren helemaal afgedragen.
- (ov) overdragenHij moest veel geld aan de belasting afdragen.
Vertalingen
Engelswear out, turn over, hand over
Fransuser, finir, remettre
Duitsabtragen, abführen, abtragen
Spaansdesgastar, entregar, pagar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek