affect
onzijdig (het)/ɑ'fɛkt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (psychologie) aandoening van het gemoed, gemoedsaandoening; plotselinge, hevige emotie of gemoedstoestand
- gevoelswaarde, connotatie
- (psychologie) patroon van waarneembaar gedrag waarmee een subjectief gevoel (of emotie) tot uitdrukking wordt gebracht
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gemoedsaandoening’ voor het eerst aangetroffen in 1557
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek