afgelopen

ˈɑfxəˌlopə(n)

Wat is de betekenis van afgelopen?

afgelopen betekent: beëindigd, wat voorbij is

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met artikelreferenties beëindigd, wat voorbij is
werkwoord
  1. werkwoordsvorm in het nederlands voltooid deelwoord van aflopen

Voorbeelden van "afgelopen" in een zin

  • Afgelopen kun je alleen gebruiken tegen het einde van de desbetreffende periode.
  • "Nooit in de afgelopen decennia heeft een Amerikaanse president zo'n boze, vernietigende aanval gedaan op een buitenlandse leider die op bezoek was in het Witte Huis", schrijft Peter Baker.

Betekenis en uitleg van afgelopen

Het woord 'afgelopen' verwijst naar iets dat recentelijk is geëindigd of voorbij is. Het wordt vaak gebruikt om te beschrijven wat er in de laatste tijd heeft plaatsgevonden, zoals een gebeurtenis of periode die net is afgesloten.

Je gebruikt 'afgelopen' vaak in de context van tijd, bijvoorbeeld om te verwijzen naar de afgelopen week, maand of het afgelopen jaar. Het geeft een gevoel van nabijheid en actualiteit, en kan zowel neutraal als emotioneel geladen zijn, afhankelijk van de situatie. Dit woord is handig in gesprekken waarin je reflecteert op recente ervaringen of gebeurtenissen.

Voorbeelden

  • De afgelopen dagen waren erg druk met werk en persoonlijke verplichtingen.
  • Tijdens de afgelopen vakantie heb ik veel nieuwe plekken bezocht.
  • Hij vertelde me dat de afgelopen film erg spannend was en dat ik die zeker moest kijken.

Woordoorsprong

Het woord 'afgelopen' komt van het werkwoord 'aflopen', dat verwijst naar het beëindigen van een proces of periode. De samenstelling 'af-' en 'lopen' benadrukt het idee van iets dat zijn eind heeft bereikt.

Veelgestelde vragen over afgelopen

Wat is de betekenis van afgelopen?

afgelopen betekent: beëindigd, wat voorbij is

Hoeveel betekenissen heeft afgelopen?

afgelopen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je afgelopen in een zin?

Voorbeeld: “Afgelopen kun je alleen gebruiken tegen het einde van de desbetreffende periode.

Etymologie

*vervoeging van aflopen: voltooid deelwoord, op te vatten als samenstelling van af bw en gelopen ww