afgemetenheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het deftig of gedwongen zijnNu was er geen sprake van onuitgeslapen, doffe ogen, noch van geveinsde diepe nadenkendheid: zijn ronde, scherpe haviksogen keken geestdriftig en enigszins minachtend voor zich uit, kennelijk zonder ergens op te blijven rusten, hoewel in zijn bewegingen nog altijd de vroegere traagheid en afgemetenheid lag.
- iets wat heel deftig is
Etymologie
*afleiding van afgemeten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek