afgestudeerde
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑfxəstyˌderdə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) iemand die een opleiding met succes heeft afgerondDe afgestudeerden kregen van de de directeur hun diploma uitgereikt.
Etymologie
* afgeleid van "afgestudeerd"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek