afkeuren

/ˈɑfkørə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. niet geschikt verklaren
    De zieke man werd door de bedrijfsarts afgekeurd voor zijn werk.
  2. iets niet goed vinden
    Ik moet dit gedrag van jou afkeuren, ik kan het niet goedkeuren.

Vertalingen

Engelsdisapprove, reject
Fransdésapprouver
Duitsmissbilligen
Spaansdesaprobar, rechazar
Deensafvise