Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
afko
vrouwelijk (de)/ˈɑfko/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) (afkorting) afkorting, met name tweelettergrepige verkorting die op een klinker eindigt
Etymologie
* In de betekenis van ‘afgekort woord, zoals aso of depri’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1987
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek