afkoelen
/ˈɑfkulə(n)/
Wat is de betekenis van afkoelen?
afkoelen betekent: (erga), (onpr) kouder worden
Betekenis
werkwoord
- (erga), (onpr) kouder worden
- (ov) kouder doen worden
- (figuurlijk) minder boos worden; tot rust komen
- (kookkunst) een warme bereiding kouder laten worden
Voorbeelden van "afkoelen" in een zin
- Het water koelde langzaam af.
- Deze warme lucht koelt dan langzaam af en bij een bepaalde temperatuur, die afhankelijk is van de soort lucht, condenseert de waterdamp en dan ontstaan er wolken. Als die wolken gaan groeien, vinden er meer bewegingen in de wolk plaats en is er meer kans op onweer, legt de woordvoerder van Weerplaza uit.
- Hij koelde de hete plaat af door er water op te gooien.
- Het was moeilijk de verhitte gemoederen af te koelen.
- Een koude herfstwandeling was in ieder geval niet verkeerd, hij moest zowel vanbinnen als vanbuiten afkoelen.
Vertalingen
Engelscool down
Duitsabkühlen, abkühlen, abkühlen
Spaansenfriar
Turkssoğumak, soğutmak, sakinlemek
Poolsochłodzić (sie)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek