afkorting

vrouwelijk (de)/ˈɑfkɔrtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) algemeen: het inkorten van een woord of een frase
    Hij schreef dat woord op als een afkorting.
  2. taalkunde (taalkunde) in het bijzonder: een aanduiding van een woord of een woordgroep door een beperkt aantal letters, dat als het gehele woord of woordgroep wordt uitgesproken
    Ir. is de afkorting voor ingenieur en n.a.v. is de afkorting voor naar aanleiding van.

Etymologie

* van afkorten .

Vertalingen

Engelsabbreviation
Fransabréviation
DuitsAbkürzung
Spaansabreviatura
Italiaansabbreviazione
Portugeesabreviatura
Chinees缩写
Poolsskrót
Zweedsförkortning
Deensforkortelse