afkorting
vrouwelijk (de)/ˈɑfkɔrtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) algemeen: het inkorten van een woord of een fraseHij schreef dat woord op als een afkorting.
- (taalkunde) in het bijzonder: een aanduiding van een woord of een woordgroep door een beperkt aantal letters, dat als het gehele woord of woordgroep wordt uitgesprokenIr. is de afkorting voor ingenieur en n.a.v. is de afkorting voor naar aanleiding van.
Etymologie
* van afkorten .
Vertalingen
Engelsabbreviation
Fransabréviation
DuitsAbkürzung
Spaansabreviatura
Italiaansabbreviazione
Portugeesabreviatura
Chinees缩写
Poolsskrót
Zweedsförkortning
Deensforkortelse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek