aflating

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afneming
    In 1439, ging hij naar Italië, waar hij een Altaarstuk voor Lionello d'Este, Heer van Ferrara, schilderde, met de voorstellingen der Aflating van het Kruis, en op de deuren de Verdrijving van Adam en Eva uit het Paradijs, hetgeen de hoogste bewondering wegdragen mogt. (1857)–Christiaan Kramm [https://www.dbnl.org/tekst/kram011leve01_01/kram011leve01_01_0026.php De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van den vroegsten tot op onzen tijd]

Etymologie

* van aflaten