afleggen

/ˈɑflɛɣə(n)/

Wat is de betekenis van afleggen?

afleggen betekent: (ov) voorbereiden van de overledene(n) op de begrafenis

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) voorbereiden van de overledene(n) op de begrafenis
  2. ov (ov) afstand overbruggen
  3. inerg (inerg) ~ tegen: verliezen van
  4. van het lichaam doen
  5. doen, volbrengen
  6. ov, misdaad (ov) (misdaad) bespieden, in het bijzonder met een truc erachter komen of een huisdeur gebruikt wordt zodat makkelijker kan worden ingebroken

Voorbeelden van "afleggen" in een zin

  • De kinderen hielpen mee met het afleggen van hun dode vader.
  • Ik moest tien kilometer afleggen om thuis te komen.
  • 'Veel mensen leggen de route af per fiets, op de motor of in een klassieke auto.'
  • Wat een tocht! Na zeven weken lopen had ik nog niet eens een kwart van de hele trail afgelegd, maar ik was dolblij dat ik de hete woestijn eindelijk achter me kon laten.
  • Frankrijk legde het af tegen Nederland tijdens de voetbalwedstrijd.

Etymologie

*van Middelnederlands "afleggen" / "avelecghen", op te vatten als

Vertalingen

Duitsablegen, zurücklegen
Spaansamortajar, recorrer, quitarse