afleren

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) leren iets niet langer te doen of een fout in het geleerde te verbeteren
    Hem werd het spijbelen op hardhandige wijze voorgoed afgeleerd.
    Haar wijsheid lijkt te maken te hebben met het afleren van je angsten, een wijsheid die ontstaat als je de eindigheid van het leven aanvaardt.'Je doet erg je best, hè?' zegt Bibi. Ze staart naar de grond.

Vertalingen

Spaansdesaprender
Italiaansdisimperare