aflossen

/ˈɑflɔsə(n)/

Wat is de betekenis van aflossen?

aflossen betekent: (ov) de plaats innemen van, in zijn taak vervangen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de plaats innemen van, in zijn taak vervangen
  2. ov (ov) geheel of gedeeltelijk terugbetalen van een schuld

Voorbeelden van "aflossen" in een zin

  • Hij loste de bewaker af.
  • Soms bijna poëtisch, alsof het een ballade betrof, dan weer afgelost door ongetemd getier dat eerder bij een tirade paste.
  • Zij moest haar schuld nog aflossen.
  • Hij leefde na drie jaar versneld aflossen nu schuldenvrij met zijn gezin in de natuur.
  • Door af te lossen en te sparen zouden we op den duur minder hoeven te werken en daardoor tijd overhouden.

Vertalingen

Engelsrelieve, pay off
Fransrelayer, amortir, rembourser
Duitsablösen, tilgen
Spaansrelevar, amortizar