Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

afluisterpraktijk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ΛˆΙ‘flΕ“ystΙ™rprΙ‘kˌtΙ›ik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. feitelijk gebruik van de mogelijkheden om stiekem te horen wat mensen tegen elkaar zeggen, vooral door het aftappen van telefoongesprekken
    De Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft weliswaar een toezichthoudende functie, maar heeft geen rechtstreekse bemoeienis met de afluisterpraktijk.