afnemen

/ˈɑfnemə(n)/

Wat is de betekenis van afnemen?

afnemen betekent: (ov) iemand iets ~: iemand iets doen verliezen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand iets ~: iemand iets doen verliezen
  2. ov (ov) een bepaalde hoeveelheid kopen bij een producent
  3. ov (ov) van een bepaalde plaats verwijderen, afdoen, wegnemen
  4. ov (ov) plechtig laten afleggen, doen ondergaan (examen, verhoor, eed)
  5. erga (erga) minder groot of talrijk worden, verminderen [1]
  6. erga (erga) afvallen (in lichaamsgewicht afnemen)

Voorbeelden van "afnemen" in een zin

  • Hem werd zijn auto afgenomen.
  • Zij had Jeroen van haar afgenomen, wist Chantal.
  • De landbouw neemt veel producten af van de chemische industrie.
  • De overheveling heeft ook gevolgen voor de 60 tabakstelers in Zuid-West-Vlaanderen. Die produceren jaarlijks samen 120 ton tabak. Tot de sluiting blijft Gryson tabak afnemen.
  • Ik heb zojuist stof afgenomen.

Vertalingen

Spaansquitar, arrebatar, comprar