afpas
Wat is de betekenis van afpas?
afpas betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afpassen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afpassen
Voorbeelden van "afpas" in een zin
- ... dat ik afpas.
Veelgestelde vragen over afpas
Wat is de betekenis van afpas?
afpas betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afpassen
Hoe gebruik je afpas in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik afpas.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek