afperser

mannelijk (de)/ˈɑfpərsər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand op een oneerlijke manier een ander dwingt iets te doen wat die laatste persoon niet wil
    ‘Lidl stond klaar om afperser 4,5 miljoen euro te betalen, maar hij kwam uiteindelijk niet opdagen’ NRC Etienne Verschuren 18 oktober 2016

Etymologie

* van afpersen