afpersing

vrouwelijk (de)/ˈɑfpɛrsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) mensen onder voor de buitenwereld onzichtbare bedreiging zaken tegen hun wil laten doen

Etymologie

*Naamwoord van handeling van afpersen

Vertalingen

Engelsblackmail
Franschantage
DuitsErpressung
Spaansextorsión
Poolsszantaż
Zweedschantage, utpressning