afpersingszaak

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑfpɛrsɪŋsak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rechtszaak betreffende een bedreiging waarbij het slachtoffer geld of goederen moet afstaan aan de dreiger
    Voor de afpersingszaak van Amanda Todd is C. niet in Nederland vervolgd, omdat Canada hem zelf wil berechten. De Hoge Raad heeft voor de uitlevering groen licht gegeven, maar volgens advocaat Malewicz heeft de minister het besluit nog niet bekrachtigd.de Telegraaf 01 dec. 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/03/22/de-laatste-nederlanders-1357182-a182183 Aydin C. wil stilte doorbreken in beroepszaak ]
    Otto is de hoofdverdachte in een grote witwas- en afpersingszaak. Hij zou enkele zakenpartners voor onder meer veel geld, auto’s en een speedboot hebben afgeperst.de Telegraaf 29 aug. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1362823/klaas-otto-ontkwam-aan-moord 'Klaas Otto ontkwam aan moord']