afrazen

Wat is de betekenis van afrazen?

afrazen betekent: met grote of wilde snelheid naar beneden gaan

Betekenis

werkwoord
  1. met grote of wilde snelheid naar beneden gaan
  2. met grote of wilde snelheid naderen
  3. heel snel praten; afratelen

Voorbeelden van "afrazen" in een zin

  • Een wintersportvakantie is meer dan skiën en snowboarden. Met een sleetje de piste afrazen is een populair verzetje.
  • Ze dachten dat ze het niet zouden overleven. Tot hun verbijstering zagen de tweelingbroers Bert en Johan Beute (16) en hun zus Jelien (20) uit Lutjegast zondagavond een windhoos recht op hun boerderij afrazen. „We waren erg bang.”
  • Dichtere en journalist Marjoleine de Vos hoorde en voelde de beving in Groningen áls een vrachtwagen' op haar huis afrazen.