afrekenen
Wat is de betekenis van afrekenen?
afrekenen betekent: (inerg) een aankoop of schuld betalen
Betekenis
- (inerg) een aankoop of schuld betalen
- (ov) iets of iemand genoegdoening geven voor geleverde diensten en aangedaan leed zodat men weer met een schone lei kan beginnen
- iemand bestraffen op basis van een evaluatie
Voorbeelden van "afrekenen" in een zin
- Ober, ik zou graag willen afrekenen.
- Uw man was daar en stond aan de kassa om een cadeau af te rekenen toen de tv-ploeg naar binnen liep en opnames maakte.
- Zou zij dezelfde leegte voelen die ik nu ook voelde? Ik gaf de telefoon terug aan de barman, rekende af en liet de rest van mijn lunch staan.
- De boze man eiste volledig af te rekenen met het verleden
- Managers die worden beloond of afgerekend op het bedrijfsresultaat.
Betekenis en uitleg van afrekenen
Afrekenen betekent het voldoen van een schuld of het betalen voor iets wat je hebt ontvangen. Het kan zowel in een financiële context gebruikt worden, zoals in een winkel, als in bredere zin, waarbij het gaat om het in orde maken van zaken na een conflict of discussie.
Je gebruikt het woord 'afrekenen' vaak als je de rekening in een restaurant betaalt of als je een factuur voldoet. Daarnaast kan het ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld wanneer je iemand confronteert met zijn daden of wanneer je afscheid neemt van een situatie door er een einde aan te maken. De nuance van het woord kan variëren van iets alledaags tot een meer emotionele of ernstige betekenis.
Voorbeelden
- Na het diner vroeg de ober of we wilden afrekenen.
- Het is tijd om eindelijk af te rekenen met de problemen uit het verleden.
- Hij moest afrekenen met de gevolgen van zijn keuzes.
Veelgestelde vragen over afrekenen
Wat is de betekenis van afrekenen?
afrekenen betekent: (inerg) een aankoop of schuld betalen
Hoeveel betekenissen heeft afrekenen?
afrekenen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je afrekenen in een zin?
Voorbeeld: “Ober, ik zou graag willen afrekenen.”
Uitdrukkingen
- af te rekenen hebben met