afrekenen
/ˈɑfrekənə(n)/
Wat is de betekenis van afrekenen?
afrekenen betekent: (inerg) een aankoop of schuld betalen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een aankoop of schuld betalen
- (ov) iets of iemand genoegdoening geven voor geleverde diensten en aangedaan leed zodat men weer met een schone lei kan beginnen
- iemand bestraffen op basis van een evaluatie
Voorbeelden van "afrekenen" in een zin
- Ober, ik zou graag willen afrekenen.
- Uw man was daar en stond aan de kassa om een cadeau af te rekenen toen de tv-ploeg naar binnen liep en opnames maakte.
- Zou zij dezelfde leegte voelen die ik nu ook voelde? Ik gaf de telefoon terug aan de barman, rekende af en liet de rest van mijn lunch staan.
- De boze man eiste volledig af te rekenen met het verleden
- Managers die worden beloond of afgerekend op het bedrijfsresultaat.
Uitdrukkingen
- af te rekenen hebben met
Vertalingen
Engelspay
Fransrégler
Duitsbezahlen, zahlen
Spaanspagar
Italiaanspagare, saldare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek