afrekening

vrouwelijk (de)/ˈɑfrekənɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uiteindelijke bestraffing
    Hij heeft genoeg mensen benadeeld, het is tijd voor de afrekening.
  2. een moord in het criminele circuit
    Vanmiddag was er weer een afrekening uitgevoerd door de Italiaanse maffia.
  3. een bewijs van betaling
    Mag ik de afrekening alstublieft?

Etymologie

* van afrekenen

Vertalingen

Engelsliquidation, elimination
Spaansliquidación, ajuste de cuentas
Italiaansliquidazione