afro

mannelijk (de)/afro/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkorting van afrokapsel
    Macy Gray hoeft niet veel te doen om aantrekkelijk te zijn. De lange zangeres in haar gouden jurk, met een kroon van afro-haar, en haar expressieve mimiek is bezienswaardig – zeker als ze wordt omringd door vier muzikanten in kostuum en fluorescerend roze pruik. Gray heeft een karakteristieke, zachte stem. Ze koert meer dan ze zingt. NRC Hester Carvalho 23 maart 2017

Etymologie

*uit het Engels

Vertalingen

Engelsafro, afrokampaus