afruimen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de resten van een genuttigde maaltijd van de tafel halen
    Ze hadden de tuintafel nog niet helemaal afgeruimd toen de regenbui losbarstte.
    Het leek alsof de stevige en weelderige serveerster de vraag had begrepen, want ze sloop op haar tenen rond de tafel en ruimde stilletjes de lege bierglazen af.

Vertalingen

Engelsclear