afscheidscadeau
onzijdig (het)/'ɑfsxɛɪtskado/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- cadeau dat iemand krijgt bij zijn vertrek of aftreden’Gedumpt’ worden en een cadeautje meekrijgen: het overkwam Adrian Pearce (64) op de middelbare school. Hij was smoorverliefd en zag zijn relatie op 17-jarige leeftijd uiteen spatten, maar kreeg wel een afscheidscadeau, dat hij nog steeds koestert - ondanks de afkeuring van zijn nieuwe vrouw.de Telegraaf 25 december 2017
- cadeau dat iemand geeft bij zijn vertrek of aftredenZe heeft in de feestmaand voor alle kinderen een spel gekocht, als afscheidscadeau. Op de achterkant een sticker: 'Tot ziens. Juf Hanneke'. Voor haar collega's kocht ze cadeautjes.Tubantia 02-JANUARI-2018
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek