afschoppen

/ˈɑfsxɔpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een krachtige trap met de voeten verwijderen
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) abrupt verwijderen uit een organisatie
    Je denkt ‘ik ben de viezerik’ en ze zullen me van het internaat afschoppen.

Uitdrukkingen

  • van zich afschoppen