afschoppen

/ΛˆΙ‘fsxΙ”pΙ™(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een krachtige trap met de voeten verwijderen
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) abrupt verwijderen uit een organisatie
    Je denkt β€˜ik ben de viezerik’ en ze zullen me van het internaat afschoppen.

Uitdrukkingen

  • van zich afschoppen