afschot
onzijdig (het)/'ɑfsxɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) een bewust aangebrachte helling van een vlak of leiding voor het doen af- of weglopen van vloeistofEr was onvoldoende afschot waardoor het water op het dak bleef staan.
Etymologie
*17de eeuw
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek