afspreken
Wat is de betekenis van afspreken?
afspreken betekent: (ov) een onderling vergelijk vastleggen, overeenkomen
Betekenis
- (ov) een onderling vergelijk vastleggen, overeenkomen
Voorbeelden van "afspreken" in een zin
- Zij spraken af om de vergadering te verzetten.
- Om de week spraken Genie, Jetfighter en ik af in een lokaal café om te ontbijten en de trailroddels door te nemen. We waren geen vaste trailfamilie, maar wel een sterke drie-eenheid die elkaar steeds opzocht.
- Achter hen stonden Max en Dennis met grote ogen te kijken naar de achterkant van een klein fototoestel dat Sander vasthield. Alsof het zo was afgesproken, stapte Denise de kamer binnen op het moment dat zij alle aanwezigen kort had bekeken.
Betekenis en uitleg van afspreken
Afspreken betekent het maken van afspraken met iemand om elkaar op een bepaalde tijd en plaats te ontmoeten. Het is een manier om sociale interactie te organiseren, of het nu gaat om vrienden, familie of zakelijke contacten.
Je gebruikt het woord 'afspreken' wanneer je een ontmoeting wilt plannen of een activiteit wilt coördineren met anderen. Dit kan variëren van een casual koffieafspraak tot een formele vergadering. Het woord draagt vaak een informele en vriendelijke connotatie, wat het geschikt maakt voor zowel persoonlijke als professionele contexten.
Voorbeelden
- Laten we afspreken om volgende week naar de film te gaan.
- Ik heb met mijn collega afgesproken om het project donderdag te bespreken.
- Zij spreken elke maand af om samen te gaan wandelen in het park.
Woordoorsprong
Het woord 'afspreken' is samengesteld uit 'af' en 'spreken', waarbij 'af' duidt op een specifieke afspraak en 'spreken' verwijst naar de communicatie over deze afspraak.
Veelgestelde vragen over afspreken
Wat is de betekenis van afspreken?
afspreken betekent: (ov) een onderling vergelijk vastleggen, overeenkomen
Hoe gebruik je afspreken in een zin?
Voorbeeld: “Zij spraken af om de vergadering te verzetten.”