afstudeerrichting

vrouwelijk (de)/'ɑfstyderɪxtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vak waarin men zijn studie aan een universiteit of hogeschool kan afronden
    Het werd vrijetijdskunde, er stond iets over een mogelijke afstudeerrichting kunst en cultuur in de studieomschrijving, dat sprak me wel aan.
    Sinds twee jaar is er dan ook een afstudeerrichting geschiedenis aan de Anton de Kom-universiteit. Eelco gaat op pad met de eerste historica die daar - in Suriname zélf dus - is afgestudeerd, Judy Samson. Ze gaan naar een marrondorp in het binnenland, een dorp dat is gesticht door weggelopen slaven. Slaven mochten niet lezen en schrijven, dus de mondelinge overlevering is een belangrijke historische bron.

Vertalingen

Engelsgraduating option, specialization, field of study