aftocht

mannelijk (de)/'ɑftɔxt/

Wat is de betekenis van aftocht?

aftocht betekent: het weggaan

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het weggaan
  2. vlucht na een verloren gevecht

Voorbeelden van "aftocht" in een zin

  • De aftocht van de voetballers was grandioos, na die overwinning.
  • Sommigen hadden het nog wel over een robbertje vechten met de vijand, maar in de lagere regionen waar Albert en zijn kameraden zaten, was men sinds de overwinning van de geallieerden in Vlaanderen, de bevrijding van Lille, de Oostenrijkse aftocht en de capitulatie van de Turken meestal een stuk minder uitbundig dan de officieren. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Uitdrukkingen

  • De aftocht blazenErvandoor gaan, vluchten

Vertalingen

Engelsretreat
Fransretraite
DuitsAbzug
Spaansretirada
Italiaansritiro