aftuigen

/ˈɑftœyɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) ontdoen van alle tuig
    Wij verzoeken u vriendelijk uw schip afgetuigd, zonder giek, sprayhood, dektent enzovoort aan te leveren.
  2. ov (ov) versieringen verwijderen
    Ik zal de kerstboom maar gaan aftuigen, want hij verliest al zijn naalden.
  3. ov (ov) iemand een flinke afstraffing geven
    De bendeleden tuigden hem flink af en hij belandde in het ziekenhuis.
  4. ov (ov) een paard ontdoen van getuig na het trekken van een kar, of na bereden te zijn[https://www.bokt.nl/forums/viewtopic.php?f=21&t=939964 De officiele volgorde optuigen, inspannen, aftuigen?]

Etymologie

* In de betekenis van ‘afranselen’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Vertalingen

Duitsabtakeln, abschmücken, verprügeln